Invloed erfelijke borstkankergenen bij iedereen anders

Vrouwen
die het gen BRCA1 of BRCA2 bij zich dragen hebben een verhoogde kans op
erfelijke borstkanker. Maar hoe groot de invloed van deze genen is wanneer zij
kapot zijn, varieert meer dan tot nu toe werd gedacht.

Hoe
jonger de draagster is bij wie borstkanker is ontdekt, hoe hoger het risico
voor haar naaste familieleden, die het gen vaak ook hebben. Ook is het risico
voor bloedverwanten iets hoger wanneer de draagster in twee borsten kanker
heeft in plaats van in één borst.

Amerikaanse
en Deense onderzoekers hebben deze bevindingen in het medische vakblad Journal
of the American Medical Association (JAMA) gepubliceerd. Er is veel onderzoek
gedaan naar het risico op borstkanker onder draagsters van BRCA1 en 2,
schrijven ze, maar weinig is bekend over de mate waarin dat risico varieert.

Toch
is dat risico juist bepalend bij de keuze van de behandeling. Bij een laag
risico hoeft alleen een stukje borstweefsel weggenomen te worden, bij een grote
kans op kanker worden de hele borst en de eierstokken verwijderd.

In
Nederland wordt per jaar bij ruim 11.000 vrouwen borstkanker vastgesteld.
Daarmee is het de meest voorkomende vorm van kanker onder vrouwen .

Ongeveer
vijf tot tien procent van die vrouwen heeft de ziekte door erfelijke aanleg:
zij dragen een gen bij zich dat borstkanker veroorzaakt. De bekendste genen
zijn BRCA1 en BRCA2. Draagsters van die genen lopen tussen 55 en 85 procent
kans om borstkanker te ontwikkelen.


Lees ook:Oncologen: Erfelijke borstkanker, pas op met pil
Lees ook:‘Geen röntgenonderzoek bij erfelijke borstkanker’
Lees ook:Site ‘BRCA’ over borstkanker massaal bezocht
Lees ook:Veroorzaker van borst- en kinderkanker gevonden
Lees ook:Mannen lijken aanleg voor kanker soms te negeren


Geef een reactie