- Home
- Actualiteiten
- Screenen op depressie: effectief maar nutteloos
Depressies blijven in de huisartspraktijk nogal eens onopgemerkt. Het screenen van hoogrisicopatiënten helpen kan helpen, zo ontdekte promovenda Karin Wittkampf. Alleen: patiënten die je op deze manier identificeert, zitten helemaal niet te wachten op huisartsenhulp voor hun depressie.
Dat huisartsen bij depressieve mensen nogal eens een verkeerde diagnose stellen, is volgens huisarts annex onderzoeker Karin Wittkampf eenvoudig te verklaren. ‘Vaak gaat het om mensen die zelf geen idee van hun depressie hebben. Ze kloppen aan met lichamelijke klachten, zoals maag- en darmproblemen, hoofdpijn en gewrichtsongemakken. Als huisarts word je dan gemakkelijk op een verkeerd spoor gezet.’
Wittkampf onderzocht of je zulke verborgen depressies boven water kunt krijgen door hoogrisicopatiënten te screenen van hoogrisicopatiënten. Ze koos voor drie hoogrisicogroepen: patiënten die veelvuldig de huisarts bezoeken, patiënten met psychosociale problemen en patiënten met onverklaarde lichamelijke klachten.
Zij gaf 1700 van die hoogrisicopatiënten, verdeeld over twaalf huisartspraktijken en geen van allen bij de huisarts bekend als depressief, een lijst met gerichte vragen. Bijna de helft vulde die in. Respondenten met duidelijk verhoogde antwoordscores werden telefonisch benaderd voor een interview, dat definitief uitsluitsel over de diagnose moest geven.
Zo identificeerde Wittkampf uiteindelijk 71 patiënten met een depressieve stoornis. Van die 71 bleek de helft al onder behandeling: bij een psychotherapeut, een alternatief therapeut, een psychiater of – voor verwante klachten – gewoon bij de huisarts. En van de nog niet behandelde helft, 35 patiënten groot, voelden 14 patiënten niets voor de gang naar de huisarts.
‘De meesten omdat ze het stempel depressie niet wilden of omdat ze zichzelf niet geschikt vonden voor behandeling’, verklaart de onderzoeker. ‘Veel weigeraars wezen er ook op dat hun klachten een concrete oorzaak hadden: relatieproblemen, geldzorgen, slechte behuizing.’
Zodra die omstandigheden zich ten goede keerden, meenden de betrokkenen, zouden hun klachten vanzelf wel afnemen. ‘Helemaal geen gekke gedachte’, stelt Wittkampf. ‘Want zeker voor wat mildere depressies geldt dat veranderde omstandigheden reële verlichting kunnen brengen.’
Van de 21 depressieve patiënten die uiteindelijk voor behandeling overbleven, kwamen er 4 niet opdagen. Eindsaldo: 17 patienten, ofwel 1% van de gescreende risogroep. Dat is volgens Wittkampf ruimschoots te weinig voor een dekkende kosten-batenrekening.
En dus komt ze tot de eindconclusie dat screening in de huisartsenpopulatie geen zin heeft. ‘Onbehandelden met een milde depressie zitten niet op het stigma “depressief” te wachten. Voor zover die al behoefte hebben de huisarts in te schakelen, geven ze hun klachten liever een andere naam.’
Bron: AMC
Lees ook:Mindfulness effectief bij depressie
Lees ook:Even bellen of je een depressie hebt
Lees ook:Depressie en hartklachten nauw met elkaar verbonden
Lees ook:‘Huisarts moet terughoudend zijn met antidepressiva’
Lees ook:Nederlander met depressie zoekt vaak geen hulp